Tips - en meer - uit de praktijk voor bij de raad betrokken personen

25 tips voor de vuist weg

  1. Probeer niet alle stukken die je ontvangt volledig tot je te nemen. Dat lukt niet. Richt je energie op het snel vaststellen van de
    relevantie en de kern.
  2. Denk vanuit je rol als raadslid; dus los van het college, maar je kunt natuurlijk wel gebruik maken van informatie van ‘die kant’.
  3. Maak als raad aan de voorkant van participatietrajecten afspraken met het college over hoe en wanneer de raad wordt geïnformeerd, en nog belangrijker, daarbij wordt betrokken.
  4. Geef in het proces van hetraadswerk het contact met burgers een prominentere rol.
  5. Laat je niet te snel afleiden door het systeem en de regels.
  6. Politiek is de kunst van het balanceren tussen sturen op hoofdlijnen enerzijds en dossierkennis op detailniveau anderzijds. Bedenk daarbij wel dat de burger vaak de hoofdlijn niet ziet, maar de details daarentegen juist wel.
  7. Zorg ervoor dat je goed geïnformeerd bent.
  8. Neem zelf initiatief bij het agenderen van thema’s en onderwerpen. Als raad bepaal je zelf de agenda.
  9. Laat je niet gelijk uit het veld slaan door uitspraken als ‘daar gaat de raad niet over’.
  10. Wees integer; een beetje integer bestaat niet.
  11. Wek geen verwachtingen die je niet kunt waarmaken.
  12. Geef helder aan welke informatie je wanneer wilt ontvangen.
  13. Schaam je niet als je een raadsvoorstel niet begrijpt: dat betekent dat het voorstel niet goed geschreven is.
  14. Heb respect voor elkaars mening.
  15. Bedenk vooraf goed wat je wilt bereiken met je vraag, inbreng, reactie etc.
  16. Focus. Maak je sterk over dingen waarover je gaat. Laat zaken waarover je niet gaat ‘links liggen’.
  17. Kies. Pak een paar onderdelen bij de kop en beperk je hiertoe. Als raadslid bestuur je niet in je eentje de gemeente. Zorg dat deze aap niet op jouw schouder komt. Dat wordt te zwaar en kan verlammend werken. Haal ‘de krenten uit de pap’ en steek daar je energie in. Pak thema’s en onderwerpen waar je echt het verschil kunt maken.
  18. Als raadslid heb je invloed maar geen macht: je bent ‘slechts’ één van de 25. Je hebt anderen – meer dan de helft – nodig om iets voor elkaar te krijgen. In je eentje lukt dat niet.
  19. Je hoeft het niet alleen te doen: zorg voor hulp en gebruik die.
  20. Maak gebruik van de fractie. Verdeel de taken onderling goed. In de fractie kunnen de ins en de outs besproken worden. Bedenk en bespreek met elkaar hoe anderen op je standpunten zullen reageren en hoe zij in hun schoenen staan. Schat dit vooraf in en betrek dat bij je voorbereiding.
  21. Creëer specialismen binnen de fractie al dan niet met ondersteuning van anderen, bijvoorbeeld de raadscommissieleden.
  22. Bouw banden en relaties op met andere partijen; niet alleen van de oppositie. Smeed coalities, die uiteraard per onderwerp kunnen verschillen. Zoek uit wie dezelfde politieke richting op gaat: dezelfde of vergelijkbare standpunten heeft.
  23. Zorg ervoor dat je weet wie van de andere partijen bepaalde onderwerpen/dossiers behandelen, zodat je snel en gemakkelijk kunt overleggen.
  24. Gun jezelf als raadslid en raad een goede ondersteuning. Wees daar niet te bescheiden in, ook niet in tijden van financiële krapte.
  25. De griffie is er voor de raad. Maak daarom vooral gebruik van de daar aanwezige deskundigheid.